Bondscoach Ronald Koeman steunt collega: ‘Dan kun je wel een nieuwe trainer aanstellen maar…’
Bondscoach Ronald Koeman spreekt bij Studio Voetbal zijn vertrouwen uit in collega Peter Bosz. De PSV-trainer ligt de laatste weken bij de buitenwacht onder vuur vanwege de tegenvallende resultaten.
Koeman kende zelf ook een lastige periode als hoofdtrainer van PSV. De Eindhovenaren stonden in het seizoen 2006/07 vrijwel het hele seizoen bovenaan in de Eredivisie. Op de een na laatste speeldag verloor PSV de koppositie na een 1-1 gelijkspel tegen FC Utrecht.
“We stonden elf punten voor in de winterstop. Toen werden we op de laatste speeldag uiteindelijk alsnog kampioen. Maar toen verspeelden wij na de winterstop ook heel veel punten”, trekt Koeman een parallel met de situatie van Bosz.
De bondscoach van Oranje herinnert zich nog een ander moment. “Ik herinner me, we waren in Murcia, in Spanje en volgens mij oefenden we tegen een Duitse tegenstander, Nürnberg ofzo. Een tweedeklasser, volgens mij. We verloren met 4-1. Toen constateerde ik ook dat het minder was. Dat de concentratie minder was. Dat is dan heel moeilijk om te stoppen”, legt hij uit.
De 61-jarige trainer kan zich dan ook goed inleven in de situatie van zijn leeftijdsgenoot. “Ik kan me er wel iets bij voorstellen hoe hij zich voelt en gevoeld heeft. Hij heeft het ook vaak aangegeven. En toch gebeurt het. En dan kun je wel een nieuwe trainer aanstellen, maar die man heeft geweldig werk verricht bij PSV. Maar het is moeilijk, als dat er in sluimert. Dan zit je in een spiraal naar beneden”, concludeert Koeman.
Ibrahim Afellay vult Koeman aan. “Iedereen is altijd bezig met zijn eigen carrière. Uiteindelijk moet je toch op het veld presteren om een transfer af te dwingen. Maar in die negatieve spiraal, je maakt dan zelf nog wel steeds goals, maar de ene na de andere goal valt binnen”, analyseert hij.
“Voor mezelf, ik hield van voetbal. Soms valt het gewoon net verkeerd. Dat een kans van de tegenstander dan net wel een goal is. Je zag soms wel bepaald gedrag bij spelers, dat ze de bal liever niet wilde hebben”, beweert Afellay. “En dan kreeg ik het verwijt te lang met de bal te lopen. Maar nee, iedereen gaat anders om met zulke situaties”, sluit hij af.